Les 4: maak in een groepje je eigen hypertekst
Inmiddels weten de leerlingen wat een hypertekst is. In deze laatste les gaan de leerlingen zelf een hypertekst maken!
Doelen van deze les:
- aan het eind van deze les weten de leerlingen wat het verschil is tussen een lineaire tekst en een hypertekst
- aan het eind van deze les kunnen de leerlingen bronnen in een tekst aangeven en verschillende bronnen in een tekst gebruiken
- aan het eind van deze les kunnen de leerlingen in korte tijd een gemaakt product beschrijven
Inleiding: blik terug op de vorige les. Wat is een hypertekst ook alweer? Hoe werkt een hypertekst ook alweer? Ga hier met de leerlingen kort het gesprek over aan tot dat de vorige les weer goed opgefrist is. Hierna vertel je de leerlingen het plan van vandaag: de leerlingen gaan in groepjes van 3 tot 4 leerlingen een hypertekst maken! Laat de al gemaakte groepjes zien op het digibord. Vertel de leerlingen dat ze in de groepjes zelf een onderwerp voor de tekst mogen kiezen. Dit vergroot de betrokkenhied van de leerlingen bij de opdracht. Binnen de opdracht hebben de leerlingen zelf ruimte voor hun eigen inbreng, maar het verhaal moet een inleiding, middenstuk en een slot bevatten! En ook belangrijk: voor elk van de drie stukken gebruiken de leerlingen een andere bron! Laat hierbij het voorbeeld van de 'Witte Haai' op het digibord zien. Wijs de leerlingen op de duidelijke aanwezigheid van een inleiding, middenstuk en slot en wijs de leerlingen duidelijk op de bronvermelding! Deze bronvermelding is erg belangrijk, want dit bewijst dat er verschillende bronnen voor de tekst zijn gebruikt, en dat het dus een (simpele) hypertekst is! Vertel de leerlingen dat het de bedoeling is dat de leerlingen in de groepjes een soortgelijke tekst gaan maken. Geef de leerlingen nu de ruimte om vragen te stellen over de opdracht.
Kern: na de vragen ga je door met de uitleg. Vertel de leerlingen dat de presentatievorm niet per se in Word hoeft te komen, tenzij je daar als leerkracht voor kiest. Wij denken dat het een leuke afsluiter van de lessenserie is dat leerlingen hun eigen inbreng compleet kunnen maken door er een eigen presentatievorm bij te vinden. Dit kan op een A3-papier zijn, op een PowerPoint of iets wat de leerlingen zelf bedenken. Als het maar minimaal 3 bronnen en een inleiding, middenstuk en slot bevat!
De leerlingen gaan dan aan het werk. Zorg ervoor dat elk groepje over minimaal 1 internetmogelijkheid (Ipad, computer) beschikt en het liefst over 2, zodat er onderling taken kunnen worden verdeeld. Zet de groepjes op verschillende plekken binnen de school neer en daag de leerlingen uit met een mooi product te komen, goed samen te werken en te kunnen laten zien dat ze zelfstandig in een groepje kunnen werken. Vertel tot slot dat de leerlingen het product kort moeten kunnen toelichten, door een mondelinge toelichting of een korte presentatie. Vertel de leerlingen hier aan te denken!
Afsluiting: roep de groepjes weer bij elkaar in de klas. Laat alle groepjes hun product kort presenteren of toelichten. Geef na elke presentatie kort een moment voor een klassikale bespreking van het product.
- zijn de verplichte onderdelen aanwezig? (inleiding, middenstuk, slot en minimaal drie bronnen)
- wat vonden we van de presentatie van het product?
- wat was er goed aan?
- wat kon er beter?
Doorloop zo alle presentaties. Vraag de leerlingen na de laatste presentatie weer op de gebruikelijke plekken in de klas plaats te nemen. Sluit de lessenserie af met een aantal controlevragen:
- wie kan er nog vertellen wat een lineaire tekst is?
- wat is nu eigenlijk een hypertekst?
- wat hebben we geleerd door de lessenserie?
- wat lijkt je leuker als begrijpend lezen les met vragen? Een lineaire tekst of een hypertekst?
Contoleer zo of de leerlingen de vooraf gestelde doelen gehaald hebben.